• Nieuw én jong gebruikte leaseauto's
  • Al 30 jaar dé expert
  • Beste Leasemaatschappij wagenparkbeheerders 2026
Tien veelgestelde vragen over de pseudo-eindheffing op zakelijke leaseauto’s

Tien veelgestelde vragen over de pseudo-eindheffing op zakelijke leaseauto’s

Tien veelgestelde vragen over pseudo-eindheffing

Vanaf 1 januari 2027 krijgen veel werkgevers te maken met de pseudo-eindheffing. Deze maatregel heeft gevolgen voor werkgevers die fossiele auto’s van de zaak ter beschikking stellen aan werknemers.

Hieronder  beantwoorden we de tien meest gestelde vragen. 

1. Wat is de pseudo-eindheffing? 

De pseudo-eindheffing is een extra belasting voor werkgevers. Deze geldt als een werkgever vanaf 1 januari 2027 een personenauto die brandstof verbruikt (benzine, diesel of hybride) mede voor privégebruik ter beschikking stelt aan een werknemer.De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar, inclusief btw en bpm. De pseudo-eindheffing staat los van de bijtelling voor de werknemer.

2. Wie moet de pseudo-eindheffing betalen?

De pseudo-eindheffing geldt voor:

  • Werkgevers die een fossiele leaseauto beschikbaar stellen aan een werknemer voor privégebruik, inclusief woon-werkverkeer. De werkgever mag deze kosten niet doorberekenen aan de werknemer. 

  • Directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die via hun BV een leaseauto gebruiken.

Niet onder deze regeling vallen:

  • ZZP’ers en eenmanszaken (IB-ondernemers), omdat zij zichzelf geen loon betalen en dus geen loonheffing afdragen.

3. Wat telt als privégebruik?

Voor de pseudo-eindheffing wordt privégebruik ruim opgevat. Hieronder valt:

  • Privéritten .

  • Woon-werkverkeer, ook wanneer minder dan 500 privékilometers per jaar worden gereden. Woon-werkverkeer zijn de ritten tussen woonadres en standplaats (de werklocatie die in de arbeidsovereenkomst staat). Reizen naar een andere vestiging is meestal geen woon-werkverkeer maar zakelijk.

Alleen wanneer een auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en er geen privéritten én geen woon-werkverkeer plaatsvinden, is de heffing niet van toepassing.

4. Voor welke voertuigen geldt de heffing?

De pseudo-eindheffing geldt voor:

  • Personenauto’s die niet 100% emissievrij zijn (fossiele brandstof- of hybride voertuigen).

De heffing geldt niet voor:

  • Volledig elektrische of waterstofauto’s.

  • Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt.

  • Bestelauto’s, vrachtauto’s en vergelijkbare voertuigen.

  • Lesauto’s. Hiervoor komt een tijdelijke vrijstelling.

5. Is er een overgangsregeling?

Ja. Auto’s die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, zijn vrijgesteld van de pseudo-eindheffing tot 1 januari 2031. De overgangsperiode is verlengd (deze zou eerst tot 17 september 2030 zijn).

Let op:

  • Vanaf 1 januari 2031 geldt de heffing alsnog, tenzij het om een volledig elektrische auto gaat of de auto om een andere reden niet onder de regeling valt.

  • Wisselt een auto in de overgangsperiode van werkgever? Dan vervalt de overgangsregeling en ontstaat er een nieuwe terbeschikkingstelling waarop de heffing van toepassing kan zijn.

  • Hierop komt een uitzondering bij fusies en bedrijfsovernames. In deze situaties blijft het overgangsrecht gelden omdat de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever.

  • Er komt geen (andere) concernregeling. Een wisseling tussen verschillende werkmaatschappijen binnen hetzelfde concern valt daardoor niet automatisch onder het overgangsrecht.

6. Hoe wordt de heffing berekend en wanneer moet deze worden aangegeven?

De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar, oftewel 1% per maand. 

Eén dag privégebruik in een maand is voldoende om over die hele maand te heffen.

De pseudo-eindheffing over een kalenderjaar moet meestal worden aangegeven in de tweede aangifteperiode van het volgende jaar.

7. Kan de heffing worden doorberekend aan werknemers?

Nee.

De pseudo-eindheffing is een extra belasting voor de werkgever en mag niet worden verhaald op de werknemer. Ook mag deze niet worden verwerkt in een hogere eigen bijdrage.

8. Wat als een leaseauto maar kort beschikbaar wordt gesteld?

Ook bij korte beschikbaarheid geldt de heffing. Als een auto slechts één dag in een maand privé ter beschikking staat, geldt de heffing in principe voor die hele maand.

Voor vervangend vervoer zijn hierop enkele uitzonderingen aangekondigd:

  • Voor vervangend vervoer (brandstofauto) bij reparatie, onderhoud of een bandenwissel geldt een vrijstelling van maximaal 14 dagen.

  • Voor tijdelijk vervangend vervoer geldt een beperkte vrijstelling van maximaal 7 dagen, eenmaal per kalenderjaar.

Kortdurend vervangend vervoer leidt dus niet in alle gevallen tot de pseudo-eindheffing.

9. Hoe kan de pseudo-eindheffing worden vermeden of beperkt?

Werkgevers kunnen de impact van de pseudo-eindheffing beperken door:

  • Over te stappen op volledig elektrische auto’s.

  • Gebruik te maken van het overgangsrecht voor bestaande contracten die zijn ingezet vóór 2027.

  • Het lease- en mobiliteitsbeleid te herzien, bijvoorbeeld met:

    • Mobiliteitsbudgetten al dan niet in combinatie met private lease.

    • Pool- of deelauto's voor zakelijke ritten zonder privégebruik.

Het is voor werkgevers van belang om opnieuw naar de samenstelling en looptijden van het wagenpark te kijken.

10. Wat is het doel van de pseudo-eindheffing?

Het doel van de maatregel is om werkgevers te stimuleren om te kiezen voor emissievrije zakelijke mobiliteit. Door fossiele leaseauto’s financieel minder aantrekkelijk te maken, wil de overheid de CO₂-uitstoot verminderen.

Bij Van Mossel Autolease helpen we je graag om de gevolgen van deze maatregel helder te krijgen voor jouw organisatie. Heb je vragen of wil je weten wat dit betekent voor jouw wagenpark? Neem dan contact op met jouw leaseadviseur of plan een adviesgesprek in via:

Plan een adviesgesprek

Meer weten? Lees dan ook onze andere blogs over dit onderwerp: Pseudo-eindheffing, wat nu? | Van Mossel Autolease, Pseudo-eindheffing aangenomen, lagere EV-bijtelling blijft langer | Van Mossel Autolease